Net-niet jonge mannen
aan de waterkant
de buik laten hangen
het hart verpand
aan ooit een mooie meid
nu een peuter aan de hand
zitten aan de rand
van het peuterbad
nooit meer capriolen duiken
zelfs hun haar is nog niet nat.
Woorden van steen
Ze had spijt. Enorme spijt. Vanaf het moment dat ze plaatsnam op een van de veel te krappe goudomrande stoeltjes met hun zacht fluweel, vijf op een rij na rij na rij. Binnen was het donker, de mensen waren saai en lelijk, opgewonden als een stel kleuters die eindelijk het geheim van Sinterklaas zouden gaan ervaren. Buiten strekten tientallen vierkante meters pauselijke tuin zich uit in de late septemberzon.
Ze kneep haar benen samen en probeerde er het beste van te maken. Haar lippen plakten van vers verlangen naar de man die niet wist waarom ze verliefd op hem was. Ze wist het zelf ook niet.
Terwijl de spreker zijn zouteloze verhaal opdiste zag ze duizend-en-één erotische scènes weerspiegeld in de glas-in-lood ramen. ‘Jij knijpt er niet straks lekker tussenuit hè’ zei de collega naast haar, terwijl ze haar een kruimelig roomboterkoekje in de schoot wierp.
Ze rommelde in haar tas, zocht de woorden die haar waren ontglipt. Ze hoopte vurig dat ze alleen maar lieve dingen had gezegd over hoe fijn het was om samen tijd door te brengen, niets bijzonders te doen, in het bijzonder niets te doen. In haar jaszak vond ze de twee schroeven uit het plantsoen en daar waren ook de tortelduifjes, de reiger, de stenen uil en de hamerhaai. Ze dacht aan de jongen die schalks naar haar had gelachen voordat hij in zijn auto stapte en wegreed.
Constanta
De oude Constanta
Is prachtig maar vervallen
Haar heuvels zijn leeg
Een gedekte tafel
Na afloop van het feest
Ooit was ze de mooiste
Verliet ze allemaal
Nu is ze dat nog steeds
Maar schoonheid krijgt geen standbeeld
Aan verdwaalde sokken
Dit is een ode,
een antipode
een tegengif voor het vilein.
Een ode
aan de sokken
die de zijne niet zijn
Een ode
aan die ene
onbekende in de was
Een ode
aan de lichtvoet
sluipend door het blauwe gras
De deur is
op een kier nu
en het slaapkamertapijt
is bezaaid
met einzelgängers
allen zijn er eentje kwijt
Locked-in
Mensen werken aan de pingpongtafel, eten sommen als ontbijt, beren blijven eenzaam achter, werken in verloren tijd
Mensen gaan op jacht naar later, zoeken wat de pijn verzacht: hamsters, kogels, diepvrieserwtjes, waar een kind het laatste lacht
Mensen praten almaar harder, stilte kent een kort bestaan, poëzie vult alle gaten, komt een man de dokter zingt, de dokter danst, de wereld staat niet op z’n kop. Maar wij. Wij zijn van binnen gek geworden.
Liefst stuurde ik mezelf
Soms wou ik dat je Gabriël was,
al kwam je dan maar boodschappen brengen, de tafel dekken
of jezelf bevlekken.
Nu lig ik hier, ik staar en wacht
tot jij verschijnt. De aarde breekt af aan het voeteneind.
Daar sta je, met je uitvlucht-ticket,
een retourtje hemel – hel.
Een engel
met een briefgeheim.
asmr live
De deurbel gaat en daar is De Stem. Wat een morsig mannetje.
Hij komt het nieuwe geloof verkondigen. Ik laat me een containerschoonmaakabonnement aansmeren om hem maar te horen praten. Niet ophouden. Alsof er een innerlijke geluidsfrequentie zachtjes aangetikt wordt.
Ze staan ook op internet. Zo’n stem die zegt ‘Ooooh…It’s you again. How nice to see you…….’. Fluwelen nonsens komen op koude voetjes m’n oren in. Het kriebelt een beetje. De geest glijdt weg. Eindelijk ligt die aap even stil.
Valentijn,
Mijn kaart is onderweg
naar de verkeerde bus
gestrand en hangt nu ergens
met twee letters
aan de rand
van wat een liefde was
gemaakt om te mislukken
wanhoop klauwde in mijn keel
en zie daar komt per mail
een handgeschreven brief
van de tuinman en mijn grote lief
die mij optilt
en mijn hart verlicht
met een allerliefst gedicht
Ukiyo-e
‘Het leven zelf doet niks en toch gebeurt alles’, filosofeert de schrijver * van het zeer korte verhaal (zkv) terwijl hij een brood bakt. In Japan noemen ze dat Ukiyo-e, het voortvlieden van de werkelijkheid. We zijn er eventjes en dan verdwijnen we weer. In het Taoïsme: “De weg is bestendig daadloos, nochtans blijft niets ongedaan”
Wie de romans van Jens Christian Grondahl leest, kan daaraan toevoegen dat het ook niet uitmaakt omdat het je niet bijblijft zoals het was.
‘Er is zo weinig wat je in feite bijblijft. Je weet dat dit of dat is gebeurd, maar je kunt het amper meer zien. Misschien geloof je alleen maar dat het is gebeurd.’
‘De woorden zijn voortdurend te snel of te langzaam, ze verstrooien in plaats van te verzamelen, of ze lichten maar een tipje van de sluier op. De lege ruimte legt zich eromheen, en ze steken hun voelhorentjes en slurfjes in de lucht, tevergeefs, als konden ze bij de grenzen van de leegte komen die er alsmaar omheen groeit, daar waar de geschiedenis mij heeft achtergelaten. Elk moment daarvan is constant in beweging en wisselt van plaats in aldoor nieuwe en dubieuze patronen als zandkorrels op een glasplaat die aan het trillen worden gebracht door de nutteloze muziek van de woorden. Niet zoals het werkelijk was, maar als een armzalige ruilhandel met het halfgeziene en het reeds vergetene. Ik vang slechts glimpen van haar op tussen de woorden, rafelige ogenblikken die in het rond stuiven als sneeuwvlokken of flintertjes as, te licht, te dun om mijn woorden te dragen.’(Indian Summer: 22)
- (interview met A.L. Snijders, 21/7/2018)
Slapeloos
Een nachtdier was ze. Na slapeloze uren vol draaiballetten en braltrompetten hield ze de kamer voor gezien. Ze opende het raam. Rumoer kwam van buiten en maakte haar onzeker en bang, maar ze stapte over de rand, aarzelde even en liet zich toen achterovervallen. Wild fladderend in haar val, sneller en sneller tollend richting de glanzende straat zag ze slechts een groene streep neonlicht. Als in een droom bleef ze in rondjes boven de stad zweven. Kyteman hield haar gezelschap met zijn kriebelige trompetgeschal. Het was alsof hij haar billen streelde, ze voelde hoe de dichter haar tegen zich aantrok, zijn verenkleed opstak en haar onder zijn vleugels nam. Ze wilde geborgen zijn, niet eenzaam. Waar ze ook was nam ze een natuurlijke eenzaamheid mee, een afstand van de wereld.