hommeles

Waarom heeft de evolutie de hommel niet van wangzakken voorzien? Nu droppen ze bij bosjes neer, bij gebrek aan poëtische tussenstations om het batterijtje op te laden. Zieltogend kruipen ze naar de laatste drup, voortijdig gestrand met hun wuifkuif in de wind. Als een Klein Duimpje los ik druppels limonadesiroop her en der op de stoep, zigzaggend OEPS! wéér een hompje hommel vermorzeld onder zevenmijlslaarzen. Ik heb zo met ze te doen, deze kwijnende hoopjes zwartgeelgestreepte insectenellende. Zet de bloemetjes buiten, breng de bijtjes in verleiding, red insecten en dan jezelf. En BLIJF BINNEN!

De zee is grijs de zee is tam

De zee is grijs de zee is tam en de golven stromen onophoudelijk. Ik zit een houten bank en laat de herfst me overspoelen nu jij nog bij me bent, je geur nog op m’n hand en je stem die zei waar je het liefste bent toen je daar was lieve jij met al je zinnen samengebald in mij.

Ik wil nog niet gaan want ik bevind me in een emotionele twilight en het is. Het is hier, het is nu, het was ja hoe het was. Golven spoelen af en aan, er is muziek die precies bij dit moment maar reclames spoelen andere stemmen aan die rare dingen zeggen, die een norm opleggen

maar we laten ons niets opleggen, toch? Niets haalt me nog uit deze zone, laat maar drijven af en aan, de grijsheid van de golven en de zon boven de toekomst, ik ga nog zo veel met jou, jij lief met de haakjes om je ogen en de vouwen in je wang, niet bang zijn want wij zullen er altijd zijn. 

Blauw

Daar in die vrije verbeeldingsruimtetijdscapsule, zo stel ik me voor, is alles blauw. Geen koningsblauw of de blauwsaus van de dag, maar onvoorspelbaar blauw als de verse veren van de vuurvogel die rechtstreeks van de maan zijn geplukt. We houden van dat blauw zoals de astronauten, onze helden die de ruimte koloniseren zodat ook daar geen toekomst meer zal zijn. Omdat onze tijd op aarde eindig is en we oneindig willen zijn, omdat we geen aardverschuivingen en ook geen oerknal veroorzaken, maar wel naar de sterren willen reiken.

.
Laten we gaan.
Laten we samen gaan
met de astronauten van de blauwe maan.
Geef je dromen niet op laten we gaan,
hier is iets om na te jagen
want dat wilde je toch.

Een man van gevoel

‘Wat ik wil is dat de incarnatie van mijn leven op het uur van mijn dood aanwezig is, en dat zal niets anders zijn dan wat het geweest is, en om het geweest te zijn is het noodzakelijk dat je ook nu en tot dat voor mij definitieve moment aan mijn zijde hebt vertoefd. Ik zou niet kunnen verdragen dat je op dat uur slechts herinnering zou zijn, vermengd met andere herinneringen, en dat je zou behoren tot een vage, lang vervlogen tijd die ons scherp afgetekende heden is, want het zijn de herinnering en de lang vervlogen tijd en de vermenging die ik het meest verafschuw en die ik altijd heb getracht te bagatelliseren en te negeren, en te begraven naarmate ze ontstonden, naarmate elk gewaardeerd en opgehemeld heden plaats begon te maken voor het verleden en overwonnen werd door iets wat ik niet kan benoemen tenzij ik het zijn eigen ongedurige nageslacht of zijn niet-nu noem.

Daarom moet je nu niet weggaan, want als je nu weggaat ontneem je me niet alleen mijn leven en mijn liefde en mijn bewuste leven, maar ook de door mij verkozen wijze van sterven.’

Uit: ‘Een man van gevoel‘ – een roman (1986) van Javier Marías

Natuurlijk

De ochtend is stil en vochtig, klam als de lichamen tussen de lakens. Ik wil je iets laten zien over onze tweede en derde natuur. Er is maar één natuur. De rest, inderdaad, is socialisatie. Of zou je het beschaving noemen. De beheersing van onze primaire driften.
Onze coping strategie.

Er zijn verschillende paden door die natuur. Grillige paden, kronkelige zijpaadjes, weg van de weg waarvan je ongeveer denkt te weten waar die eindigt. Maar wát als we ons laten leiden door een gebrek aan richtingsgevoel en niet door de aangegeven route. Wat als we onszelf bevragen in plaats van ons zonder weerstand of zelfonderzoek neer te leggen bij de meest voor de hand liggende optie.

Wat als we broodkruimels meenemen, waardoor er geen weg terug is.

Wat als Klein Duimpje de weg van de minste weerstand had gekozen.

Lente

Eindeloos op weg
met een spaak tussen de wielen,
dwars door de droge resten
van een late zomer

Op weg naar de tandarts
met een stokje om te kauwen
een houtje voor een touwtje.

We zijn op weg naar de volgende lente
het schiet nog niet zo op.